Van kopje tot kunst
Stilleven door klas 4B
Gastles ABBS Elzenhagen.
- Juf, mijn buurvrouw is ook een kunstenaar.
- Oh, wat leuk. Misschien kun je haar vragen of ze iets over haar werk kan vertellen in de klas.
- Zal ik doen juf.
En zo vroeg mijn buurjongen Ezra of ik tijdens het thema kunst in zijn klas wilde vertellen over hoe ik mijn stillevens maak. In overleg met juf Zehra werd een dag gepland.
Bij binnenkomst geef ik een meisje een hand om me voor te stellen. Meteen volgen alle kinderen. Eén voor één schudden ze beleefd mijn hand. Wat een enthousiasme. Ze hebben er zin in. Ik ook.
Op mijn eerste vraag hoe je kunst maakt, gaan meerdere vingers omhoog.
‘Met verf en kwasten!’
‘Door te tekenen!’
‘Met klei!’
‘Dat zijn allemaal manieren,’ zeg ik, ‘en ik doe het hiermee.’
Eén voor één houd ik de spullen uit mijn stilleven Oranje Pagnossin kop en schotel omhoog.
‘Wat is dit?’
Ze noemen de gewone voorwerpen en kijken me vragend aan. Hoe kan dit kunst worden?
Voor een met zwart doek behangen whiteboard zet ik de spullen neer. Dan laat ik het stilleven zien dat ik ermee maakte.
Een klassikaal: ‘Ooooh!’ zegt genoeg.
‘Zien jullie wat wel op de foto staat maar er nu niet is?’
In koor: ‘Het bloemetje!’
Het bloemetje is inmiddels verwelkt.
Ik vertel dat ik deze foto’s maak voor mensen die iemand missen of heel erg van iets houden. Zoals ook voor iemand uit de klas.
‘Ezra! Ezra!’ klinkt het.
Ik laat de zonnebloem zien.
‘Wil je zelf vertellen waarom ik deze voor jou maakte?’
‘Ik ben het vergeten en blijf liever zitten,’ zegt hij, een beetje verlegen.
Ik vertel dat het zijn lievelingsbloem is.
‘Wat is uw lievelingsfoto?’
‘Die van mijn vader.’
Dat is het moment waarop ik ieder kind een visitekaartje geef met het stilleven van mijn vader.
‘Hé, dat vaasje staat daar ook op!’ merkt een jongen scherp op.
Een ander wrijft over het kaartje. ‘Hij voelt zacht.’
‘Is uw vader overleden?’
Ik knik. En vertel dat ik daardoor stillevens ben gaan maken.
Dan gaan alle vingers omhoog.
‘Mijn oma is overleden.’
‘Mijn poes is overleden.’
Elk kind wil delen. Verlies is blijkbaar herkenbaar, ook in groep 4.
Om weer terug te keren naar het maken, vraag ik of drie kinderen willen helpen. Met naam-strootjes kiest juf Zehra een meisje en twee jongens. Ze zetten de spullen neer, overleggen serieus over de compositie.
‘Misschien nog een plantje erbij?’
Een cactus in een potje met een brilletje verschijnt op tafel. Perfect.
Als ik de camera instel en de achtergrond donkerder wordt, roept een van de jongens enthousiast:
‘Ja! Ja! Zo!’
We drukken samen af.
Met de belofte dat ik hun stilleven zal printen, verlaat ik de klas van Ezra en zijn enthousiaste klasgenoten.